Voor ieder tweetal , van differentieerbare functies op een interval is de Wronskiaan de functie gedefinieerd door
Als bijvoorbeeld en , dan zijn de afgeleiden en , zodat hun Wronskiaan voldoet aan
Wie bekend is met lineaire algebra zal in de Wronskiaan de determinant van een -matrix herkennen:
Algemener is er, voor elk geheel getal een Wronskiaan van functies die keer differentieerbaar zijn. De Wronskiaan wordt dan gedefinieerd als de determinant van de matrix waarvan de -de rij bestaat uit de -ste afgeleiden van de functies :
Hierbij geeft de -ste afgeleide van aan; in het bijzonder geldt en .
We brengen in herinnering uit de lineaire algebra dat twee functies en op een interval (dat ook de hele rechte kan zijn) lineair afhankelijk zijn, als er constanten en bestaan die niet beide gelijk aan zijn, zodat voor alle in het interval.
Laat en twee differentieerbare functies op een interval zijn.
Als het tweetal functies lineair afhankelijk is, dan is de Wronskiaan ervan gelijk aan op het hele interval.
De differentieerbare functies en zijn lineair onafhankelijk op het interval , terwijl op dat interval. Dit laat zien dat het niet waar is dat, als de Wronskiaan gelijk aan nul is op een interval, de functies lineair afhankelijk zijn.
De volgende alternatieve formulering van de stelling laat zien dat een berekening van de Wronskiaan voldoende kan zijn om vast te stellen dat twee functies lineair onafhankelijk zijn:
Als de Wronskiaan van en ongelijk aan is voor een waarde van in het interval, dan zijn de functies en lineair onafhankelijk op dat interval.
Stel dat en lineair afhankelijk zijn. Dan zijn er constanten en , niet allebei gelijk aan , die voldoen aan
voor alle in het gegeven interval. Neem aan dat (de redenering voor het geval is nauwelijks anders). Dan geldt , zodat en
We weten dat een lineaire differentiaalvergelijking van tweede orde twee lineair onafhankelijke oplossingen heeft. De Wronskiaan van die twee oplossingen kunnen we berekenen:
Stel dat en oplossingen van de homogene lineaire differentiaalvergelijking zijn die gedefinieerd zijn op een interval rond . Dan voldoet de Wronskiaan van en aan
waarbij een constante is en .
Kiezen we en nu zó dat
dan zijn deze twee oplossingen lineair onafhankelijk en voldoet hun Wronskiaan aan
Eerst gaan we na dat aan een eerste-orde vergelijking voldoet:
Bijgevolg voldoet aan de eerste-orde lineaire GDV waarvan de algemene oplossing bekend is:
waarbij een integratieconstante is en .
Als we tenslotte oplossingen en van de oorspronkelijke GDV nemen met beginvoorwaarden in als aangegeven, dan geldt
zodat de Wronskiaan voldoet aan .
Stel dat en lineair onafhankelijke oplossingen zijn van gedefinieerd op een interval rond . Dan kunnen we lineaire combinaties en vinden die voldoen aan de beginvoorwaarden uit de formulering van de stelling. Dit betekent dat altijd aan de beginvoorwaarden voor een stel oplossingen voldaan kan worden.
Lineaire algebra geeft een efficiënte methode om de constanten , , , te vinden: Aangezien en lineair onafhankelijk zijn, is hun Wronskiaan ongelijk aan , en dus is de corresponderende Wronskiaanse matrix inverteerbaar voor elke waarde van in het gegeven interval, in het bijzonder voor . Dit betekent dat de matrixvergelijking
precies één oplossing heeft. Deze oplossing drukt de beginvoorwaarden uit voor de nieuwe lineaire combinaties.
Bereken de Wronskiaan van de functies en gedefinieerd door:
We beginnen met het berekenen van de afgeleiden van en :
Nu hebben we alle benodigde ingrediënten om de Wronskiaan te berekenen: